v1

"Vissen aan het kanaal"

door Luc Alosery

Photobucket
 

v1

                                Vissen aan het Kanaal

De zon stond al vroeg hoog aan de hemel en het zag er naar uit dat het weer een hete dag zou worden. De jongens hadden afgesproken om vandaag te gaan vissen bij ‘t sluisje aan het Drongelenskanaal. Men vertrok vanaf de pruik om een uur of negen met  boterhammen en veel drinken en enkele vishengels uit de winkel van de schele Kuijper op het plein (vishengel is eigenlijk overdreven het waren gewoon bamboestokken van zón twee meter lang)  richting t, ven bij t, hoekje rechts aan houden en dan bij Tinus van Kalf de dijk af  t ’Ven in via de fietspad die verhard was met gruis naar de tweede railskes om daar over de Brugsesloot te gaan over die railskes. Dat was nog een heel gedoe en regelmatig viel er iemand in de sloot maar gelukkig deze keer niet. Als je over de railskes rechts af  ging dan ging men  richting ’t sluisje . Ze waren nog maar net een eindje verder toen Jan van Anna de Zak verschrikt riep
Daar ligt hier een dooie mens in ’t gras. De andere jongens kwamen vlug kijken maar bleven wel op een afstandje. En inderdaad daar langs de kant van de pad lag zo te zien een lijk. Toen ze een beetje beter keken zagen ze dat ‘t Hanneske de Vette was en zijn pet lag er naast. Natuurlijk was het Hennie slingerbeen die weer eens de eerste moest zijn, hij liep langzaam dichterbij en riep .”  Hanneske bende gij dood?” Toen er geen antwoord kwam werd ook de slinerbeen wit om zijn neus en hij zei ik geloof echt dat hij de pijp uit is dat Hanneske. Langzaam bukte hij en raakte Hanneskes voorzichtig aan. Maar nee hoor geen beweging in te krijgen. De Slingerbeen schudde nog eens maar nou een beetje harder, en ineens vloog die ouwe Hannes overeind en die begon me daar te vloeken en te tieren dat ’t een lust was. Verrekte rot jong kunnen jullie een oude mens niet met rust laten als hij eventjes een dutje doet. Omdat hij de buurman van Luc was zei hij meteen. ’t Zal Luc van Teren is niet zijn die er bij is, kwaai jong jij groeit op voor galg en rad, maar ik zal ’t wel eens even aan Gerrit gaan vertellen dan zal de wel anders piepen snotaap. De jongens maakten dat ze weg kwamen, maar den blauwe kon ’t niet laten om nog even te roepen “en recht naar huis hoor Hanneske”. We waren al een eind verder toen we hem nog hoorde schreeuwen dat oude Hanneske de Vette. Bij ’t sluisje aangekomen werden de hengels in gereedheid gebracht en werd er wat gedronken want ’t was wel even schrikken geweest met Hanneskes. Bij de sluis waren twee schuine kanten van beton en ook de bodem was van beton. Wij gingen altijd op zo’n schuine kant zitten want dan kon je dichter bij ’t water komen, Jan van Anna de Zak wilde dat ook maar hij schoof zo van de schuine kant het water in en begon meteen moord en brand te schreeuwen dat hij verzoop. Hij spartelde in ’t rond en zwaaide met z’n armen en riep hulp mama ik verzuip. Iedereen schrok zich rot en Bert van Koose sprong er bij en zei ga toch staan achterlijke ’t is hier mar 50 centimeter diep, je kunt hier niet verzuipen al zou je het willen. Hans van ’t zwart Hanneke zei dat we beter aan de andere kant konden gaan zitten want hier vang je niks meer met al die herrie van Jan de  zak. Jan kleede zich uit en hield alleen z’n onderbroek aan en legede de rest te drogen langs de kant, Dan kan ik ze vanmiddag weer aan zij hij. Dat had Bennie van Trui de Loer ook gehoord , maar die had andere plannen met die kleren van Jan de Zak.Toen de andere zich verplaatste naar de andere kant om daar te gaan vissen bleef hij een beetje treuzelen en toen de andere uit het zicht waren deed hij snel Jan de Zak zijn kleren in het leefnet en gooide dat in het water en bond het met een touw vast aan de oever. Vlug ging ook hij naar de andere kant om te vissen . Na enkele minuten werd er een brasem gevangen door Bert van Koosen. Bennie  van trui de Loer zei dat ze die vis in het leefnet moesten doen dan bleef hij leven. Iedereen zocht naar het leefnet maar ze konden ’t niet vinden . Toen zij de Slinger dat net licht natuurlijk nog aan de andere kant. Dan ga ik wel kijken zij Jan de Zak dan kan ik gelijk zien of mijn kleren al een beetje droog zijn. Plotseling klonk er gevloek van de overkant en Jan de Zak was zo te zien in alle staten. Wat is er aan de hand riep den Blauwe heb je soms in de stront getrapt Jan? . Nee verdomme al mijn kleren zitten in het leefnet en dat ligt in ’t water. Dat maakt niks  uit zei Luc we stoken straks wel ’n vuurtje dan is alles zo droog. Na een paar uur vissen zei Den blauwe weten Julie dat er Cromvoirt heel grote notenbomen staan zomaar langs de weg en weten jullie ook dat ’t maar 10 minuten fietsen is  hiervandaan naar die noten. Alles werd snel ingepakt  en Jan de Zak had zijn half droge kleren aangetrokken en ze gingen op weg naar Cromvoirt. In Cromvoirt bij de notenbomen aangekomen hadden ze in korte tijd hun zakken vol en ook onder hun bloezen hadden ze noten zitten. Snel gingen ze op weg naar huis met hun buit. Bij de tweede railskes aangekomen gleed Bert van Koosen van de rielskes af de Brugsesloot in hij spartelde dat het een lust was en kreeg een flinke plons vuil water binnen. Nadat de jongens hem op de kant hadden geholpen was hij zo kwaad dat hij zei ik wil die rot noten niet meer  vreten Julie ze maar op. Wat moet ik nou tegen ons moeder zeggen waarom ik zo nat ben? Je zegt gewoon dat je van de railskes bent gevallen zei de Slinger en dat wij je er uit gehaald hebben en dat je er niks aan kon doen omdat je struikelde over je vis hengel. Zo gezegt zo gedaan. Maar Koosje de Snor was niet van gisteren en die had gelijk door wat er aan de hand was en Bert van Koosen hebben we die dag niet meer gezien.

Luc Alosery.

Terug naar boven

 

v1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Pagina's

  •