v1

Aan de Vlijmense ouders

v1
Het is u niet onbekend, dat de baldadigheid van de jeugd de laatste jaren hand over hand toeneemt. Door den wereldoorlog zijn op dit gebied toestanden in ’t leven geroepen, die het ergste doen vreezen voor de toekomst. Men ontziet eens anders eigendom niet meer: men vernietigt en beschadigt deze op allerhande manieren: men werpt met steenen, grond enz naar passeerende vreemdelingen: men werpt ruiten stuk van auto’s en rijtuigen: men valt doortrekkende  wielrijders lastig, in een woord: men gedraagt zich niet, zoals dit eenfatsoenlijk mench, een wel opgevoed kind betaamt. Van buiten Vlijmen komen bij mij dagelijks klachten in over bovengenoemde baldadigheden. Trots de medewerking van Schoolhoofden, trots het voordurende toezicht der politie, nemen de baldadigheden nog steeds toe. Het is daarom ouders, dat ik mij rechtstreeks tot u wend. Met het dringend verzoek uwe kinderen meermalen daags op het onbetamelijke van z.g straatachenderij te wijzen. Wat moet er van kinderen terecht komen, die bijv nu reeds eens anders eigendom niet kunnen ontzien, die rustige burgers naroepen en nagooien? Welk een schandvlek laden zij niet op hun eigen geboorte dorp?
Ouders van Vlijmen, werk met mij mede, deze euvelen te bestrijden: laat uw kinderen spelen op eigen erf, en spelen zij op straat, overtuigt u dan af en toe waar zij zijn, en wat zij doen en waarschuwt hen van uur tot uur. Straf hen terdege wanneer u iets onbetamelijks van hebn ziet of hoort en ik ben er zeker van u zult zelf de heerlijke vruchten van eene zorgzame opvoeding plukken en de gemeenschap zal er u dankbaar voor zijn.

De burgemeester van Vlijmen
Van Der Ven.
Augustus 1919.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Pagina's

  •